Ouderenzorg commercialiseert: wat betekent het voor de medewerkers?

///Ouderenzorg commercialiseert: wat betekent het voor de medewerkers?

Ouderenzorg commercialiseert: wat betekent het voor de medewerkers?

Sinds 2013 kwamen er in onze woonzorgcentra ruim 10.000 plaatsen bij. Vooral commerciële voorzieningen hebben een tandje bijgestoken. Die ontwikkeling leidt bij de vakbonden tot ongerustheid. Zij vrezen dat het streven naar winst en efficiëntie ten koste van de medewerkers gebeurt.

Sinds 15 maart staan vijftien woonzorgcentra – één daarvan ging intussen failliet – onder verscherpt toezicht van de Vlaamse Zorginspectie. Het gaat om centra die bij eerdere controles aanzienlijke kwaliteits- en/of veiligheidstekorten vertoonden en waarover ernstige klachten binnenliepen. Op één organisatie na vinden we op de zwarte lijst van minister van Welzijn Jo Vandeurzen uitsluitend commerciële centra terug. Opmerkelijk, zeker als je weet dat op een totaal van ruim 800 woonzorgcentra een minderheid commercieel wordt uitgebaat. Hoewel er minder commerciële initiatieven zijn, worden er dus toch meer problemen vastgesteld.

Onvermijdelijk brengt ons dat bij de vraag of goede zorg wel te combineren is met winst maken. Olivier Remy van LBC-NVK (onderdeel van ACV), dat de werknemers uit de vzw’s en de commerciële woonzorgcentra vertegenwoordigt, heeft er zijn bedenkingen bij. “Ik wil niet stellen dat het onverenigbaar is, wel dat het een moeilijke oefening is. Aan het einde van de rit moeten die commerciële centra hun cijfers op tafel kunnen leggen. Omdat ze winstmaximalisatie nastreven, zullen zij zich sowieso anders dan vzw’s organiseren. Of de bewoners en de medewerkers daar altijd beter van worden, daar ben ik niet zeker van.”

Minder personeel?

Waar Remy en zijn collega van ACV-Openbare Diensten Jan Mortier zich vooral zorgen over maken, is de groeiende dominantie van buitenlandse spelers. Door de recente verkoop van Armonea aan Colisée zijn de drie grootste private rusthuisuitbaters in België (Senior Living Group, Orpea en Armonea) nu in Franse handen, goed voor meer dan de helft van alle erkende plaatsen in de commerciële woonzorgcentra. “Achter die woonzorgcentra gaan grote investeringsgroepen schuil, met een grote drang naar winst en doorgaans een beperkte affiniteit met de bewoners. Het risico bestaat dat de nadruk te veel op efficiëntie in plaats van kwaliteit van de zorg komt te liggen. Begrijp ons niet verkeerd: in álle woonzorgcentra is de werkdruk te hoog, maar in de commerciële rusthuizen is dat zeker zo. We krijgen vanuit alle hoeken klachten binnen, maar vanuit de commerciële organisaties nog net iets vaker. Dat is veelzeggend. De klachten van werknemers gaan over vakantie niet kunnen opnemen, regelmatig moeten inspringen, uurroosters die te laat worden doorgegeven, enzovoort. Allemaal problemen die eigen zijn aan organisaties met te weinig personeelsleden.”

Dat commerciële woonzorgcentra vaker minder mensen inzetten dan de openbare voorzieningen en de non-profit organisaties, lezen we ook in de studie van professor Jozef Pacolet en Annelies Deconinck (HIVA-KU Leuven) over de financiering van de residentiële ouderenzorg (2015). Alle woonzorgcentra blijken meer medewerkers in dienst te hebben dan wat de huidige personeelsnormen voorschrijven, maar openbare voorzieningen gaan daar nog een stuk verder in dan de commerciële en de private non-profitorganisaties. Terwijl de openbare sector gemiddeld 40,4 procent ‘bovennormpersoneel’ telt, is dat bij de commerciële ‘slechts’ 15,8 procent. De private non-profit komen volgens de onderzoekers op 17,3 procent bovennormpersoneel uit.

Minder geld?

Daar komt nog bij dat de ouderenzorg als geheel al jaren ondergefinancierd is. Om de lonen van de medewerkers te betalen, ontvangen de woonzorgcentra – ook de commerciële – een forfait van de overheid dat varieert al naargelang de zorgzwaarte van de bewoners. Alleen ligt dat bedrag lager dan wat nodig is om aan de zorgnoden te voldoen. De financiering volgt met andere woorden de gestegen zorgzwaarte niet, waardoor woonzorgcentra verplicht zijn om een deel van de personeelskosten zelf te dragen. Dat verklaart meteen ook waarom de sector overwegend verlieslatend is.

Jan Mortier: “Dat de commerciële organisaties toch winst maken, komt omdat ze hogere tarieven hanteren en supplementen aanrekenen. Onze indruk is ook dat ze hun bewoners meer selecteren. We stellen vast dat bewoners die ‘niet genoeg opbrengen’ – bijvoorbeeld mensen met jongdementie – eerder in een openbare dan in een commerciële voorziening terechtkomen. Zorgbehoevenden die volgens de KATZ-schaal zwaar zorgbehoevend zijn, geven ze dan weer wel vaker onderdak, omdat die meer geld in het laatje brengen. Maar het zijn natuurlijk wel de medewerkers die die extra zorg moeten geven.”

De totale onderfinanciering ramen Pacolet en Deconinck op 15,9 procent voor de openbare sector en op 18,9 procent voor de private for-profit sector. De private non-profit sector staat er met 11,7 procent onderfinanciering het best – of het minst slecht – voor. Pacolet: “Op basis van deze cijfers zou je verwachten dat commerciële voorzieningen het hoogste percentage bovennormpersoneel inzetten, dat ze met andere woorden meer dan andere voorzieningen de personeelskosten zelf financieren. Dat lijkt ook niet onlogisch aangezien ze aan hun bewoners een hogere dagprijs vragen. Volgens de recentste analyse liggen de dagtarieven in een commercieel woonzorgcentrum (63,13 euro) ruim 10 procent hoger dan in een publieke voorziening (54,92 euro). Niettemin stellen we net het omgekeerde vast. Commerciële zorghuizen hebben niet meer maar minder bovennormpersoneel. Het extra geld dat ze aan bewoners vragen, gaat dus niet allemaal naar extra personeel.”

Of de situatie op termijn zal verbeteren, is afwachten. In het sociaal akkoord voor de zorgsector is er in elk geval afgesproken dat de overheid en de sociale partners nieuwe personeelsnormen zullen uitwerken. De vakbonden vragen dat de volgende Vlaamse Regering een meerjarenplan voorziet om tegen 2024 zo’n 6.000 bijkomende personeelsleden in de ouderenzorg te kunnen aanwerven.

Minder vakantie?

En hoe zit het dan met de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers? Ben je als zorg- of verpleegkundige beter af in een commercieel of een openbaar woonzorgcentrum? “Er zijn verschillen, maar die zijn alles bij elkaar genomen niet heel groot”, vertelt Jan Mortier. “In een publiek woonzorgcentrum krijg je bijvoorbeeld iets meer vakantiedagen – 26 tegenover 22 in een commerciële organisatie of een vzw, die beide paritair comité 330 volgen – en zal je over je volledige loopbaan iets meer verdiend hebben. In de vzw’s en de commerciële sector liggen de startlonen dan weer iets hoger. Met de komst van de functieclassificatiesystemen en de bijhorende nieuwe barema’s zullen de lonen nog meer naar elkaar toe evolueren.”

Reactie van Chris Cools, ceo van private rusthuisuitbater Armonea

“Goede zorg staat of valt niet met het statuut van de eigenaars”

Dat er helemaal niets mis is met commerciële zorg, is het eerste wat Chris Cools, ceo van Armonea, ons op het hart drukt. Hij vindt het jammer dat het onderscheid tussen commerciële en niet-commerciële woonzorgcentra telkens weer wordt opgerakeld. “Laten we wel wezen: beide strekkingen hebben hun goede en minder goede voorbeelden. In plaats van te zoeken naar verschillen kunnen we beter focussen op wat we van elkaar kunnen opsteken.”

De commerciële doelstellingen houden jullie niet tegen om kwaliteitsvolle zorg te verlenen?

“Goede zorg staat of valt niet met het statuut van de eigenaars. Kwaliteit hangt af van het zorgteam ter plaatse, van de motivatie om er dag na dag voor te gaan. Dat er geen enkel rusthuis van Armonea onder verscherpt toezicht staat en dat de Zorglijn amper klachten over ons ontvangt, toont aan dat je ook als ‘private’ uitbater kwaliteit kunt verzekeren. Wij werken daar hard aan, via ons kwaliteitsprogramma Armonea Experience. We willen dat bewoners uitstekende zorg krijgen, maar ook dat ze zich thuis voelen, kunnen genieten en contact houden met hun familie en vrienden. Rond die vier pijlers werken wij in al onze vestigingen. En met resultaat. Hoe verder de rusthuizen staan met de implementatie van het programma, hoe tevredener de bewoners en de medewerkers zijn.”

Vakbonden ontvangen naar eigen zeggen meer klachten van medewerkers uit commerciële voorzieningen. De werkdruk zou er nog hoger liggen dan elders.

“Ik heb daar zelf nog nooit harde bewijzen van gezien. Dat de druk op de werkvloer bij momenten zeer hoog is, klopt. Maar ik kan me niet voorstellen dat dat bij ons anders is dan in pakweg een OCMW-woonzorgcentrum. Bij Armonea proberen we die druk te verlichten door innovatief te denken en de medewerkers de juiste instrumenten aan te reiken. Administratieve verwerkingen bijvoorbeeld doen ze in een zorgapp, vanuit de kamer van de bewoner. Zo vermijden we dubbelwerk. Er zijn ook vier lean-coaches in onze organisatie actief, die de medewerkers helpen om zich efficiënter te organiseren. Dat gaat over elementaire dingen – zorgen dat een tillift een vaste plek krijgt – maar ook over meer complexe vragen. Hoe kunnen we het werk optimaal verdelen? Welk werk doen we best op welk moment? Verder ervaren wij natuurlijk ook dat het vandaag erg moeilijk is om personeel te vinden, waardoor er soms problemen ontstaan en de werkdruk verhoogt. Wij proberen dat op te vangen door bijvoorbeeld interne medewerkers opleidingskansen te geven, over de landsgrenzen heen te rekruteren – in Antwerpen hebben we een Care campus opgericht waar we Roemeense verpleegkundigen klaarstomen voor een job in België – en door maatregelen te nemen om absenteïsme te vermijden.”

Hoe gaan jullie om met de structurele onderfinanciering van het zorgpersoneel?    

“Dat geld passen we zelf bij. Een steeds groter deel van de dagprijs die wij vragen, besteden we aan het bijpassen van de lonen voor medewerkers.”

Armonea is recent overgenomen door de Franse groep Colisée. Sommigen houden hun hart vast voor de gevolgen daarvan. Kun je hen geruststellen?

“Op dit moment blijven we in elk geval werken zoals we altijd gedaan hebben. Persoonlijk denk ik ook niet dat dat in de toekomst veel zal veranderen, maar het is niet aan mij (Cools verlaat het bedrijf wanneer de overname is afgerond, nvdr) om daarover vandaag uitspraken te doen. Het klopt dat de buitenlandse investeerders verder van de dagelijkse werking staan, maar in mijn ogen is dat geen probleem. Zoals aangegeven in onze corporate governance ligt het dagelijks bestuur in handen van het management hier. Onze investeerders zullen daar niet direct impact op hebben.”

Artikel eerder verschenen op hln.be, demorgen.be en vacature.com magazine.

2019-06-11T10:58:39+00:00 26/04/19|Categories: Vacature|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Ouderenzorg commercialiseert: wat betekent het voor de medewerkers?